MIBI
 


  Onderzoek van de doorbloeding van de hartspier
  Onderzoek van de pompfunctie van het hart: bepaling van de ejectiefractie. (EF)


Onderzoek van de doorbloeding van de hartspier

Een isotoop is een stof die tijdelijk een radioactieve straling uitzendt. Die isotopen (MIBI of Thallium) worden gekoppeld aan stoffen die speciaal door bepaalde organen worden opgenomen. Afhankelijk van de stof komt bijvoorbeeld juist het hart, de schildklier, de nier of het bloed in beeld.
De verpleegkundige kleeft EKG elektroden op de huid, bevestigt een bloeddrukmanchette op een arm en plaatst een infuus.
Dan volgt een inspanningstest. Op het moment dat u zich maximaal inspant (op de fiets), wordt het isotoop via het infuus ingespoten.

Deze stof wordt alleen opgenomen door normaal werkende spieren. Gezonde hartspiercellen geven daarom meer straling af. Een beschadigde hartspier neemt de stof vrijwel niet op en laat dus minder straling zien.

Na de inspanning gaat u op de onderzoekstafel liggen, boven u hangt een gespecialiseerde camera die om u heen draait. Deze registreert de straling van het hart en maakt er een soort kaart van. Daarop zijn de gebieden met geen, weinig of veel stralingsactiviteit te zien. De opname duurt ongeveer een half uur. Dan is het eerste deel klaar: de serie opnamen " terwijl u zich inspant".

Er volgt een wachtperiode van drie tot vier uur. U mag dan niet eten of drinken. Nadien wordt een tweede serie opnamen gemaakt met de camera. Dit is de serie " in rust" die ook ongeveer een half uur duurt. Dan is het onderzoek klaar, U kunt weer eten, drinken en medicijnen innemen.
Uit de vergelijking van de twee series opnamen blijkt of er sprake is van een doorgemaakt hartinfarct of dat een deel van de hartspier te weinig zuurstof krijgt tijdens inspanning.

Het kan zijn dat u wordt gevraagd de serie opnames in twee verschillende dagen op te splitsen.

Indien U geen fysische inspanning op de fiets kan doen, zal dmv een medicijn "adenosine " een gelijkwaardig effect als een inspanning worden uitgelokt. Nadien zal ook hier het isotoop via het infuus worden toegediend en zullen de serie opnames volgen.

Voor het onderzoek met adenosine mag u beslist geen koffie, thee, Cola of medicijnen met theofylline (longpatiënten) innemen.

Onderzoek van de pompfunctie van het hart: bepaling van de ejectiefractie. (EF)

De ejectiefractie is de hoeveelheid bloed dat per hartslag door de linker hartkamer wordt uitgepompt, dit uitgedrukt in procenten.

Eerst wordt een kleine hoeveelheid bloed via het infuus afgenomen, en vermengd met een isotoop (technetium). Na ongeveer een uur wordt het gemengde bloed weer ingespoten. Het isotoop blijft op deze manier in de bloedbaan.
Een tijd nadien gaat u op de onderzoekstafel liggen, waar een gespecialiseerde camera de straling meet van de isotopen thv de hartholten. Mits gebruik van een computer kan hieruit het procent worden berekend, dat per hartslag wordt verpompt.

Normaal bedraagt de ejectiefractie tussen 50 en 70%.