EFO: Electrofysiologisch onderzoek
 

De hartspier trekt samen door een elektrische prikkel of impuls. Deze prikkel ontstaat in de sinusknoop, die zich in de rechtervoorkamer bevindt. De prikkel verspreidt zich via de voorkamers over de AV-knoop naar de kamers. Soms klopt het hart te traag of te snel. Het kan ook voorkomen dat de voorkamers en de kamers niet in de juiste volgorde samentrekken.

Door middel van een EFO wordt de abnormale electrische aktiviteit van het hart in kaart gebracht. Men kan vaststellen welke ritmestoornis u heeft en waar die ontstaat.

  De voorbereiding
  Het onderzoek
  Nazorg

De voorbereiding

Bepaalde onderzoeken en verrichtingen zullen op de verpleegeenheid gebeuren.
U dient nuchter te zijn voor het onderzoek.
Vraag uw cardioloog of er geneesmiddelen voordien moeten worden gestopt.
Laat de zaalarts weten of u allergisch bent.
Indien u mogelijk zwanger bent, dient u dit zeker te melden aan de arts (dit in verband met het gebruik van röntgenstralen tijdens het onderzoek).


Het onderzoek

Het onderzoek vindt plaats op de catheterisatieafdeling.
Er wordt een EKG aangekoppeld waarmee we het hartritme, tijdens het onderzoek, volgen. Andere apparaatjes zullen verbonden worden om bepaalde lichaamsparameters te volgen (bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed, enz.)

Het EFO gebeurt via de liezen. De beiden liezen worden ontsmet met een alcoholische oplossing. De ontsmetting zal eerst koud aanvoelen en kan nadien tijdelijk een branderig gevoel veroorzaken.
U wordt afgedekt met steriele doeken.

De beide liezen worden lokaal verdoofd. Een EFO kan tot 4 uur duren waarbij u nagenoeg niet mag bewegen. Indien er een langdurig onderzoek wordt voorzien, vinden we het nodig u in een lichte slaap te brengen. In dit geval wordt de blaas dan ook gesondeerd.

In de bloedvaten van de liezen worden verschillende buisjes geplaatst (sheath's) waardoorheen electrodes (dun electrisch draadje ongeveer 1 meter lang en 3 mm breed) worden opgeschoven tot zowel in de voorkamers als in de rechter hartkamer.

Eerst wordt het normaal hartritme in beeld gebracht. Vervolgens probeert men de ritmestoornis op te wekken door elektrische stimulatie en/of medikatie.
Bij een ritmestoornis kan het hart op hol slaan. U kan hierbij duizelig worden of uitzonderlijk bewusteloos geraken.
Als de ritmestoornis niet vanzelf overgaat zullen we, met een elektrische schok op de borst het ritme normaliseren.

Nazorg

Als het onderzoek klaar is worden de buisjes uit de bloedvaten verwijderd. Hierna wordt een drukverband aangelegd.
Afhankelijk van het aangeprikte bloedvat moet de patiënt enkele uren, maar soms ook tot de volgende dag, bedrust houden.